Nederland de grootste cocaïne- en softdrugs producent ter wereld ?
Handel is handel
Daar waar geld te verdienen valt zijn Nederlanders er als de kippen bij. Of dat nou gaat over specerijen, boter, melk kaas en eieren, vlees en vis, soft en harddrugs. In Nederland worden en werden harddrugs geproduceerd, omdat dat zo goed verdiend! Van cocaïne, heroïne morfine, novocaïne, softdrugs tot extacypil. Zelf als Nederlandse overheid verdienden wij daar heel goed aan.
100 jaar cocaïne
In 1870 is op de Amsterdamse Zeedijk het cocaïnefabriekje gevestigd van Dr.Jose Alvarez. Hij adverteert in de Geneeskundige Courant met zijn wondermiddel :
"De meest verrassende genezingen, bij hals- borst- en longziekten, zoals verkoudheden, astmatische toevallen, kleine zweren aan de long, zelfs wanneer deze laatstgenoemde in hoge graad aanwezig zijn, worden verkregen door de coca-bereidingen van doctor Jose Alvarez".
Geneesmiddelen met cocaïne of andere producten van de cocaplant waren zeer populair en gewoon bij de apotheek, drogist of kruidenier te koop. Onze voorouders zullen deze middeltjes dan ook met de regelmaat van de klok genuttigd hebben tegen allerlei pijntjes en neerslachtigheid.
Middeltjes met coca of cocaïne waren ruimschoots voorhanden en goedkoop. Daar komt nog bij dat er op het gebruik van het witte poeder geen taboe rustte. Cocaïne werd toen niet beschouwd als de "witte sloper" die huidige drugsvoorlichters ervan hebben gemaakt. Integendeel, het was alleen maar goed voor de gezondheid.
Cocaïne werd als anestheticum in de oog- en tandheelkunde toegepast, maar ook gebruikt bij ontwenningstherapieën voor morfineverslaafden. Drugsverslaving (morfine en cocaïne) kwam toen dus ook al voor en vermoedelijk op grotere schaal dan nu het geval is. Dit leidde echter niet tot enige maatschappelijke onrust bij medici of overheid.
Rond 1900 maakte men zich vooral veel zorgen over de alcoholverslaving en hield betogen voor het aan banden leggen of zelfs geheel verbieden van de verkoop daarvan.
Handel is handel
De snel stijgende populariteit van de in Peru en Bolivia groeiende cocaplant ging niet aan de Nederlandse handelsgeest voorbij. In 1878 werden de eerste cocastruiken vanuit Zuid-Amerika naar de Hortus Botanicus in Buitenzorg op Java gebracht. Kort daarop werd gestart met de verbouw van het gewas voor commerciële doeleinden op zowel Java, Madoera en Sumatra. Vooral de Koloniale Bank van Amsterdam speelde een belangrijke rol in de cocaproductie en handel. Uit de jaarverslagen van deze bank blijkt dat al in 1891 bijna twintig ton (20.000 kg) bladeren verhandeld werd. Gedurende de jaren daarna tot aan de eeuwwisseling verhandelde de Koloniale Bank tussen de 34 en 81 ton cocabladeren.
In eerste instantie werden de partijen naar Duitsland geëxporteerd, maar door de groeiende vraag naar cocaïne en de stijgende productie op Java zag men ook brood in de eigen fabricage van cocaïne. Daartoe werd in 1900 de Nederlandsche Cocaïnefabriek opgericht. Deze werd gebouwd aan de hoofdstedelijke Schinkelkade.
Al spoedig bleek de geproduceerde cocaïne van een uitstekende kwaliteit en kon men concurreren met de Duitse. De productiecapaciteit werd vergroot en in 1902 werd de fabriek met toestemming van B&W Amsterdam uitgebreid.
Groeiende export
De export van cocabladeren uit Java naar Nederland steeg van 200 ton in 1907 naar ruim 1300 ton (1.300.000 kg) in 1914. Een geduchte concurrent voor Peru in die tijd.
Rond 1910 had Amsterdam de positie van wereldhandelsplaats overgenomen van Hamburg. Meerdere ondernemingen stortten zich op deze lucratieve handel. Afspraken over kwaliteit, verpakking en vervoer verstevigden de marktpositie en kregen een officieel karakter toen in 1925 de Coca-producenten Vereniging werd opgericht, een samenwerkingsverband van importeurs en producenten van cocabladeren.
Opiumwet 1919
De Opiumwet 1919 bepaalde dat cocaïne alleen maar geproduceerd mocht worden door bedrijven met een vergunning. Dat was op zich niet zo bezwaarlijk want dergelijke vergunningen werden zonder problemen verstrekt door de overheid en zeker aan de "eigen" Nederlandsche Cocaïnefabriek in Amsterdam. In 1928 mocht het echter alleen nog als geneesmiddel worden vervaardigd en niet meer als genotmiddel. Dat dit door vrijwel alle landen om ons heen werd omzeild spreekt voor zich. Niet alle landen hadden aan de conferentie in Den Haag deelgenomen en de vrijhandel en productie bleef.
Recreatief gebruik
De cocaïne voor recreatief gebruik werd in die tijd ook via de medische kanalen in omloop gebracht. Hierdoor leek de medische behoefte vele malen groter dan zij in werkelijkheid was. Vooral decadente wereldsteden als Parijs, Berlijn en New York stonden bekend om hun cocaïnescène. Hoeveel er in Nederland werd gesnoven is niet bekend maar naar de mening van een Telegraaf-journalist viel de situatie in ons land vergeleken met Frankrijk wel mee. Het Pharmaceutisch Weekblad meldt in 1922 dat het opiumgebruik in Nederland weliswaar meevalt doch "met een snuifje cocaïne moge het iets vlotter lopen."
Oorlogen
In de Eerste Wereldoorlog was de cocaïne een doorslaand succes en kon de productie de vraag niet aan. De aanvoerlijnen werden echter afgesloten en de prijzen rezen de pan uit. Na deze oorlog ontdekte men de synthetische novocaïne die niet verboden was en de Nederlandse Cocaïnefabriek startte met de productie in 1921. Elf jaar na deze start werden daar nog aan toegevoegd: morfine, codeine en heroïne (met name de heroïne want ook de grondstoffen hiervoor kwamen uit Nederlands Indië) Deze omschakeling legde de fabriek geen windeieren en nog voor 1945 beheerste de fabriek tweederde van de Nederlandse markt.
In 1941 was daar de productie van amfetamine ook nog bij gekomen (Nederland was dat jaar de heerschappij over Nederlands Indië kwijtgeraakt aan de Japanners en dus de belangen in de coca- en papaverplantages). De productie van amfetamine hield stand tot 1975 toen ook dit middel krachtens de Opiumwet verboden werd.
Ook na de Tweede Wereldoorlog bleek de fabriek een kerngezond bedrijf. Cocaïne was niet meer zo in trek en dus belangrijk, maar desondanks werden nog zeer grote partijen uit Indonesië naar Amsterdam vervoerd om tot cocaïne verwerkt te worden.
De fabriek had tenslotte nog steeds de licentie voor "geneeskundige doeleinden".
Afbouw
Na 1928 kwam er de klad in de cocahandel. De strenger wordende wettelijke regelingen en de uit Peru afkomstige coca als een geduchte concurrent, zorgden voor een afnemende handel vanuit Java. Als gevolg van de internationale opiumconferentie in Den Haag in 1911-1912 werd in 1919 de Nederlandse Opiumwet van kracht. Met name op aandrang van de Verenigde Staten werd naast opiaten ook de cocaïne in het verdrag van de conferentie opgenomen. In de VS had namelijk het snuiven van de drug inmiddels een gigantische vorm aangenomen. Zolang het gebruikt werd om de arbeidsproductiviteit van de mijnwerkers en fabrieksarbeiders te vergroten maakte men zich geen zorgen. Het werd problematisch toen er allerlei mythes onder de zwarte bevolking de ronde deden. Men zou onkwetsbaar zijn voor de kogels uit de politierevolvers bijvoorbeeld.
Toch werd er vanuit de Amsterdamse pakhuizen in 1928 nog een dikke miljoen kilo cocaïnebladeren geëxporteerd. De topjaren waren echter voor Nederland voorbij, mede omdat de export van Java direct naar Duitsland, USA, Japan, Engeland en Frankrijk ging.
Het einde is nabij
Tot oktober 1972 was de Nederlandse Cocaïnefabriek een naamloze vennootschap. De doelstelling was allang veel breder dan "het vervaardigen van chemische producten, in hoofdzaak cocainum hydrochloricum en bijproducten en de verkoop daarvan" In maart 1975 werd de naam gewijzigd in NCF Holding B.V. met AKZO als moedermaatschappij. In die tijd (1975) werd cocaïne echter een te beladen onderwerp om nog als onderdeel van de naam van de fabriek te gebruiken.
De trots waarmee aan het begin van de twintigste eeuw nog werd uitgeroepen dat Nederland de grootste cocaïneproducent ter wereld was, moest in 1975 maar worden vergeten.
Meer dan 100 jaar leading lady als producent. Hard- en softdrugs nu nog illegaal maar binnenkort weer als wettig product met Nederland als koploper?
Bronnen:
NRC Handelsblad; Dirk Korf/Marcel de Kort
Highlife 6; Rob Tuinstra
Rob Jungen
Politieacademie
Dit onderwerp heb ik al gepubliceerd en gepresenteerd op congres in Madrid in 2000
Nederland de grootste cocaïne- en softdrugs producent ter wereld ?
Dit onderwerp heb ik al gepubliceerd en gepresenteerd op congres in Madrid in 2000
WAARVAN AKTE